Jongeren en vastgoed: “Het wordt ingewikkeld…”

4/08/2022

Strenge voorwaarden om een lening vast te krijgen en een sterke stijging van de vastgoedprijzen: die twee factoren maken het voor jongeren erg moeilijk of zelfs onmogelijk om vastgoed te kopen. Wat zeggen de cijfers? Een studie van de NBB bekijkt het probleem.

Clayton Webb

Meer en meer horen we rondom ons jongeren van 20 tot 30 jaar die zich zorgen maken dat ze geen vastgoed zullen kunnen kopen. Die werkende jongeren hebben vaak wel een degelijk inkomen, maar door een onvoldoende eigen inbreng, kunnen ze geen vastgoed kopen. Zijn hun ambities te hoog? Of is er echt een probleem op de markt?

Een studie van de Nationale Bank van België (NBB) toont inderdaad aan dat de recente prijsstijgingen de toegang tot de vastgoedmarkt bemoeilijkt hebben. Over het algemeen is het aantal nieuwe woonkredieten sinds 2015 aan het stijgen, maar het aandeel jonge leners (18-34 jaar) is licht gedaald, van 41% in 2006 naar 35% in 2021, verduidelijkt de NBB.

Kunnen ouders helpen?

In werkelijkheid hangt het allemaal af van het spaargeld van de koper. Volgens statistieken is het aandeel kredieten met een hoge quotiteit gedaald. Rekening houdend met de stijging van de vastgoedprijzen, betekent dat dat je eigen middelen nodig hebt om een woning te kunnen kopen. Zelfs al hebben (jonge) huishoudens nog steeds toegang tot de kredietmarkt, ze moeten van bij de start meer financiële inspanningen doen. “Dat kan jongeren zonder grote eigen inbreng ertoe aanzetten een lening aan te gaan met hogere maandelijkse terugbetalingen, een minder kwalitatieve of minder gunstig gelegen woning te kopen of om op de huurmarkt te zoeken”, zegt de NBB.

De NBB heeft trouwens brekend dat de gemiddelde eigen inbreng gestegen is van 36.000 euro in 2018 naar 57.000 in 2021.

De verhouding tussen maandelijkse terugbetalingen en inkomsten is gezond!

Bovendien ligt de maandelijkse terugbetaling van een woonkrediet van een koppel dat voltijds werkt en dat een gemiddeld salaris heeft op een gezond niveau (minder dan 20% van de inkomsten in 2021). Die verhouding kan een stuk zwaarder zijn voor huishoudens in een minder gunstige financiële situatie, bijvoorbeeld wanneer de eigen inbreng niet voldoende hoog is.

Christopher Warisse, schrijver van de studie, bevestigt dus dat “jongeren een kwetsbaar publiek zijn, want hun inkomsten zijn over het algemeen lager dan gemiddeld”. En dat is zeker het geval voor jongeren die niet kunnen rekenen op financiële steun van hun familie!