Technisch gezien: waarom zit er 220 volt op onze stopcontacten?

9/05/2022

De Verenigde Staten, Azië en Europa hebben niet hetzelfde elektrische systeem. Een verhaal van andere stopcontacten en vooral een andere spanning. Dit is waarom het Oude Continent koos voor 220 Volt.

Sven Brandsma

Het begon allemaal met Thomas Edison, één van de grondleggers van de moderne elektriciteit, die de Verenigde Staten 110 volt oplegde. Deze spanning werd gekozen voor het gemak bij de productie van gloeilampen, de enige elektrisch accessoires aan het begin van de 20e eeuw. Gloeilampen met kooldraad konden gemakkelijk bestand gemaakt worden tegen 100 volt. Ze produceerden licht dat vergelijkbaar was met gas, tegen een competitieve prijs. Maar omdat de dikke distributiekabels van die tijd last hadden van lichte spanningsverliezen, werd er aan de bron 10 volt toegevoegd.

Om economische redenen!

Na de Tweede Wereldoorlog werd Europa gedwongen om zoveel mogelijk energie te besparen. Het Oude Continent, dat ook met 110 volt was uitgerust, besloot deze spanning te verdubbelen om elektriciteit te besparen. Hoe hoger de spanning, hoe lager de verliezen op het net. Beter nog: een 220-volt toestel is efficiënter en krachtiger dan een 110-volt toestel. Ondanks deze keuze wordt geschat dat nog steeds 10% van de door elektriciteitscentrales of stuwdammen opgewekte energie niet bij de eindverbruiker terechtkomt!

Van 220 tot 230 volt

In 1996 werd besloten om over te schakelen op 230 volt om de werking van de Europese elektriciteitsnetten te vereenvoudigen. Het laagspanningsnet dat onze huizen bereikt bevat een driefasige stroom van 400 volt. De transformatoren die het omzetten in "huishoudelijke spanning" volgen een heel eenvoudige wiskundige regel: ze delen de inkomende spanning door de vierkantswortel van 3, wat… 230 volt oplevert.

Nog steeds 110 volt in de VS

En waarom heeft de Verenigde Staten 110 volt behouden? Heel eenvoudig: na de Tweede Wereldoorlog was het land al goed voorzien van huishoudelijke apparaten. Koelkasten, stofzuigers, wasmachines en zelfs de eerste televisietoestellen waren gemeengoed aan de andere kant van de Atlantische Oceaan. Het zou onmogelijk geweest zijn om honderden miljoenen Amerikaanse huishoudens te vragen al hun apparaten te vervangen.