Nieuwe wetgeving rond woninghuur in Brussel

In het Belgisch Staatsblad van 30 oktober 2017 werd de ordonnantie die de Brusselse woninghuurovereenkomst regelt gepubliceerd. Wat moet je hiervan weten?

De nieuwe Brusselse regels zijn van toepassing op elke huurovereenkomst betreffende een woning, met uitzondering van toeristische logies en dit ongeacht de bestemming. Dat betekent dan ook dat de nieuwe regeling niet alleen van toepassing is op de echte woninghuur (waarbij de huurder zijn hoofdverblijfplaats heeft in het gehuurde pand), maar ook bijvoorbeeld op woningen of appartementen die worden gebruikt als tweede verblijf, op studentenhuisvesting en diens meer. De meeste regels zijn ook van dwingend recht. Dat betekent dat de huurder en verhuurder er in de huurovereenkomst niet van kunnen afwijken.

Informatie vragen en geven

Een verhuurder moet volgens de nieuwe regels heel wat informatie geven aan de (kandidaat-) huurders. Dit moet ten laatste gebeuren op het moment van het sluiten van het huurcontract. Bovendien moeten een aantal verplichte vermeldingen opgenomen worden in publiciteit die gemaakt wordt. Het gaat daarbij onder andere om een beschrijving van de woning, de huurprijs en lasten, het feit of er al dan niet individuele tellers zijn voor nutsvoorzieningen en diens meer.

In de ordonnantie staat verder dat de verhuurder vrij mag kiezen met welke kandidaat-huurder hij in zee gaat als hij maar niet discrimineert. Ze geeft ook aan welke gegevens een verhuurder mag vragen van een kandidaat-huurder (zo onder andere het bedrag van de financiële middelen waarover de kandidaat-huurder beschikt of een raming ervan).

Verder geeft de ordonnantie aan dat de huurovereenkomst schriftelijk moet worden opgesteld. Er wordt tevens vermeld welke verplichte vermeldingen er in dienen te worden opgenomen. De verhuurde woning moet overigens voldoen aan de regionale kwaliteitsnormen.

Andere algemene regels

De ordonnantie zegt verder dat ieder van de partijen een plaatsbeschrijving kan vragen bij het einde van de huur. Die is voor gezamenlijke rekening. Die plaatsbeschrijving wordt opgemaakt nadat de huurder het goed vrijmaakte en voor hij de sleutels teruggaf. De regels rond de indexatie van de huurprijs die nu al bestaan voor woninghuur worden uitgebreid tot alle woninghuurovereenkomsten die geregeld worden in de ordonnantie.

Verder valt in de nieuwe regels onder andere te lezen dat de verhuurder onder strikte voorwaarden het recht krijgt om tijdens de looptijd van de huur energiebesparende werken uit te voeren in het huurpand. Er wordt ook bepaald dat de verhuurder de onroerende voorheffing niet ten laste mag leggen van de huurder en dat de verhuurder moet zorgen voor een registratie van de huurovereenkomst. Doet hij dat na een ingebrekestelling nog niet dan kan de huurder de huur beëindigen zonder opzegtermijn en zonder een vergoeding te moeten betalen aan de verhuurder.

De nieuwe regels zeggen verder dat de verhuurder de huur bij een overlijden van de huurder als beëindigd mag beschouwen op voorwaarde dat de woning na het overlijden niet bewoond is door de leden van het gezin van de huurder en de huurprijs en/of lasten onbetaald blijven gedurende een termijn van twee maand vanaf het overlijden.

Enkele specifieke regels

De ordonnantie bevat daarnaast ook een aantal specifieke regels voor bv. woningen die tot hoofdverblijfplaats van de huurder dienen. Ook voor de huur van studentenkamers worden een aantal regels opgenomen.

Opvallend bij een woninghuur voor een hoofdverblijfplaats is onder andere dat een huur van korte duur door de huurder na het eerste jaar van dat contract kan worden beëindigd met naleving van een opzegtermijn van 3 maand en mits betaling van een vergoeding van één maand. Ook de verhuurder kan deze kortlopende huur na het eerste jaar beëindigen met een opzegtermijn van drie maand (en betaling van een vergoeding van één maand) om zelf het pand te gaan bewonen of dat te laten betrekken door familieleden.

Al eveneens markant is dat –in tegenstelling tot in Vlaanderen- de huurwaarborg op twee maanden behouden blijft als die geplaatst wordt op een geïndividualiseerde rekening op naam van de huurder bij een financiële instelling.

Jan Roodhooft, advocaat (www.ra-advocaten.be)


Terug naar het nieuwsoverzicht