Dit verandert er als je vanaf 1 februari naar de rechtbank stapt

27/12/2018

Als je een zaak begint voor de rechtbank moet je op dit moment een zogenaamd ‘rolrecht’ betalen. Vanaf 1 februari eerstkomende wijzigt de wet. Maar wat verandert er precies en waarom kan dat voor jou voordelig zijn?

Als je een discussie hebt met je huurder of verhuurder eindigt die wel eens voor de rechtbank. Hetzelfde geldt bij burenhinder of als je een geschil hebt met de aannemer of verkoper van je huis. Op het moment dat je de zaak begint moet je een rolrecht betalen aan de rechtbank. Je kan wel vragen dat de rechter de andere partij (als je de zaak wint) veroordeelt om je dit bedrag terug te betalen. Alleen wringt daar het schoentje wel eens. Als de verliezer namelijk uiteindelijk niet solvabel is riskeer je het bedrag niet terug te krijgen.

Niet meer voorschieten

Vanaf 1 februari 2019 moet je als je een rechtszaak begint het rolrecht niet meer voorschieten. De rechter zal op het einde van het proces vanaf dan beslissen wie het rolrecht moet betalen. Win je de zaak dan zal de verliezer dit moeten betalen. Dat betekent meteen ook dat het risico dat de verliezer uiteindelijk niet kan betalen … bij de overheid komt te liggen en niet langer bij jou (je moet nu eenmaal niet meer voorschieten en terugvragen).

Nieuwe bedragen

Ook de bedragen van het rolrecht veranderen. Als je een procedure voert voor de vrederechter bedraagt het rolrecht voortaan 50 euro (vroeger was dat afhankelijk van de inzet 40 of 80 euro) . Bij een procedure voor de rechtbank van eerste aanleg (daar kom je vaak terecht als je een geschil hebt met een aannemer of de verkoper van je huis) bedraagt het rolrecht binnenkort 165 euro.

Jan Roodhooft, advocaat (www.ra-advocaten.be)