Zo kan je in Vlaanderen voortaan gemakkelijker een oplossing vinden bij huurachterstallen

25/05/2020

Als een huurder huurachterstallen heeft, kan er in Vlaanderen voortaan een beroep worden gedaan op het fonds ter bestrijding van uithuiszetting. Wie kan een beroep doen op dit fonds en met welke spelregels moet er dan rekening worden gehouden?

Wie kan het vragen?

Een huurder die zijn huur niet correct kan betalen, kan een hulpaanvraag indienen bij het OCMW. Als verhuurder kan je dus niet zelf naar het OCMW stappen als je huurder de huur niet correct betaalt. Je kan je huurder wel aansporen om hiertoe het nodige te doen. Het OCMW kan dan vervolgens mee een oplossing helpen zoeken waarbij het ook een beroep kan doen op het Fonds ter bestrijding van uithuiszettingen om een tegemoetkoming te krijgen.

Overeenkomst sluiten

Het wordt dan onder andere mogelijk om een overeenkomst af te sluiten tussen de huurder, de verhuurder en het OCMW waarin afspraken worden gemaakt over de aanzuivering van de huurschuld en de begeleiding van de huurder door het OCMW. Bij deze ondertekening verbindt het  OCMW zich er meteen toe om de helft van de achterstallige huur aan de verhuurder te betalen. Voor het saldo wordt een afbetalingsregeling overeengekomen. Als verhuurder kan je niet zomaar verplicht worden hiermee in te stemmen.

Geen uithuiszetting

Als je als verhuurder akkoord gaat met zo’n overeenkomst, dan moet je je engageren om geen vordering tot uithuiszetting in te dienen bij de vrederechter, zolang de overeenkomst wordt gerespecteerd en er geen nieuwe huurachterstand ontstaat. Leeft je huurder het afbetalingsplan niet na of ontstaat er een nieuwe achterstal, dan moet je dit als verhuurder melden aan het OCMW. Dat krijgt dan minstens twee weken tijd om een gepaste oplossing te vinden, alvorens je een vordering kan instellen bij de vrederechter.

Jan Roodhooft, advocaat (www.ra-advocaten.be)