Zo kan je de huurschade bewijzen als er geen plaatsbeschrijving is

4/10/2018 - partner: Immovlan.be

Als er bij het begin van de huur geen plaatsbeschrijving wordt opgemaakt is het voor een verhuurder bijzonder moeilijk om de door de huurder veroorzaakte huurschade te bewijzen. Toch is dat niet compleet onmogelijk.

Als er geen plaatsbeschrijving werd opgemaakt, wordt de huurder vermoed het huurpand in dezelfde staat te hebben verlaten als diegene waarin hij het ontving. De huurder kan zich dus achter dit vermoeden verschuilen om niet te moeten opdraaien voor schade die hij veroorzaakte.

Weerlegbaar vermoeden

Het vermoeden in kwestie is echter niet absoluut. Het gaat om wat men noemt een weerlegbaar vermoeden. Als verhuurder heb je dus het recht om aan te tonen dat de huurder wel schade berokkende aan je pand. Alleen zal dat bewijs meestal niet eenvoudig zijn.

Wat kan je doen?

Om het bewijs te leveren heb je verschillende mogelijkheden. Zo zou je bv. kunnen verwijzen naar het feit dat je woning of appartement een nieuwbouw was en dat je huurder de eerste bewoner was. Je zou ook kunnen verwijzen naar facturen van renovatiewerken die je betaalde. Andere denkpistes zijn bv. de uitgaande plaatsbeschrijving met de vorige huurder als die dateert van vlak voor de nieuwe huurder in het pand trok, verklaringen van getuigen enz. De rechtbank heeft het laatste woord of iets in een concreet geval een voldoende bewijs vormt.

Een bevestiging in het huurcontract?

Je zou er ook aan kunnen denken om standaard in je huurcontracten een clausule te zetten waarin de huurder verklaart het onroerend goed in goede staat te hebben ontvangen. Een dergelijke bepaling heeft echter geen enkele waarde. Je bent daar als verhuurder dus niets mee vooruit.

Jan Roodhooft, advocaat (www.ra-advocaten.be)