Dit kan je doen als je huurder niet vertrekt bij het einde van de huur

7/04/2016

Je gaf je huurder een opzeg. Op het einde van de opzegtermijn vertrekt hij of zij echter niet spontaan. Wat kan je dan doen?

Je huurder moet ervoor zorgen dat hij je huurhuis of -appartement verlaat tegen het einde van de huurtermijn. Hoe kan je reageren als hij toch blijft zitten?

Maan aan om te vertrekken 

Het is uit den boze het recht in eigen hand te nemen en je huurder met geweld uit je woning te verdrijven. Stuur je huurder integendeel in eerste instantie dadelijk een aangetekende brief. Wijs hem of haar erop dat hij of zij het pand onmiddellijk moet vrijmaken. Maak in de aanmaning voorbehoud om later een bezettingsvergoeding en/of schadevergoeding van je huurder te vragen.

Stap naar de vrederechter 

Komt je huurder nog niet tot betere gedachten, dan kan je een procedure starten voor de vrederechter. Daar kan je de uithuiszetting van je huurder vragen. Eens je het vonnis hebt, kan je dat via een gerechtsdeurwaarder laten uitvoeren. De gerechtsdeurwaarder kan je huurder en wie het huis met hem of haar bewoont, al dan niet met behulp van de politie, uit je huis zetten. 

Je huurder zal ook een bezettingsvergoeding en eventueel een schadevergoeding moeten betalen. Ook de kosten van de procedure kan je op hem of haar verhalen.

Hij of zij kondigt het aan 

Kondigt je huurder al in de loop van de opzegtermijn aan dat hij of zij niet zal vertrekken (bv. via een brief of een sms) dan hoef je niet te wachten tot de huur erop zit om naar de vrederechter te stappen. Je kan dat al meteen doen en een vonnis vragen waarin zijn uithuiszetting bij het einde van de huur wordt bevolen.

Kondigt je huurder enkel mondeling aan dat hij of zij niet weg zal gaan, probeer dan een schriftelijk bewijs daarvan te krijgen. Zoniet riskeer je dat de vrederechter vindt dat je ten onrechte al de procedure opstartte waardoor jij de kosten daarvan moet betalen.

Tekst: Jan Roodhooft, advocaat (www.ra-advocaten.be)