Hoe kan een huurder uit huis worden gezet?

19/09/2017 - Immovlan.be

Volgens sommige bronnen zouden er in Vlaanderen alleen al wekelijks tussen de 80 en de 250 uithuiszettingen gebeuren. Wat moet je daarvan weten? Wanneer en hoe kan een verhuurder overgaan tot een uithuiszetting van zijn huurder?

Als een huurder zijn huurdersverplichtingen niet nakomt, wil de verhuurder misschien wel een einde maken aan de huurovereenkomst en de huurder uit het huurhuis laten zetten. Denk daarbij bijvoorbeeld maar aan het geval dat de huurder de huur niet correct betaalt of hij of zij de woning niet onderhoudt. Ook als een verhuurder de huur (correct) opzegde maar de huurder weigert om uit de huurwoning te vertrekken (waardoor de eigenaar of nieuwe huurder er zijn intrek niet in kan nemen) kan een uithuiszetting bijvoorbeeld aan de orde zijn.

Een uitvoerbare titel nodig

Als verhuurder kan je niet op eigen initiatief je huurder uit je woning (laten) zetten. Om dat te kunnen doen is er nu eenmaal een zogenaamde uitvoerbare titel nodig. Meestal gaat het om een uitvoerbaar vonnis van de rechtbank. Het kan ook gaan om een andere uitvoerbare titel (denk daarbij bijvoorbeeld maar aan een notariële akte waarin de huurder akkoord gaat met de uithuiszetting). In dat vonnis moet duidelijk staan dat je de huurder uit de woning mag zetten. Het volstaat dus niet dat de rechter alleen maar de ontbinding van de huurovereenkomst uitspreekt.

Naar de gerechtsdeurwaarder

Zelfs met zo’n vonnis kan je je huurder niet zelf buitenzetten uit je huis. Je moet meer bepaald, als de huurder niet spontaan vertrekt, het vonnis overmaken aan een gerechtsdeurwaarder. Als je huurder een natuurlijke persoon is en huurt onder de woninghuurwet, dan geldt een specifieke procedure.

De gerechtsdeurwaarder brengt de huurder op de hoogte van het vonnis dat de uithuiszetting toelaat. Vervolgens beschikt de huurder over één maand de tijd om de woning of het appartement te verlaten. De gerechtsdeurwaarder laat ook aan de huurder weten op welke dag de uithuiszetting is voorzien.

De huurder vertrekt niet

Als de huurder tegen de vastgelegde dag niet vertrekt, dan gaat de gerechtsdeurwaarder samen met de politie en gemeenteambtenaren naar de woning. Als de huurder hem geen toegang daartoe geeft dan kan de gerechtsdeurwaarder er een slotenmaker bij roepen.

De goederen die zich nog in de woonst bevinden worden op de openbare weg gezet. Als ze de openbare weg belemmeren, worden ze door het gemeentebestuur weggehaald. De gemeente bewaart dan de goederen gedurende een termijn van zes maanden tenzij het gaat om goederen die aan snel bederf onderhevig zijn of die schadelijk zijn voor de openbare hygiëne, gezondheid of veiligheid.  De gerechtsdeurwaarder laat trouwens bij de betekening van het vonnis aan de huurder weten dat dit alles hem te wachten staat.

Wie betaalt dit?

De kosten van de tussenkomst van een gerechtsdeurwaarder kunnen flink oplopen. Hou er rekening mee dat jij deze als verhuurder zult moeten voorschieten. Strikt gezien moet de huurder die wel terugbetalen, doch in de praktijk is dat vaak ‘dode letter’ omdat een huurder die wordt uitgezet veelal de financiële middelen niet heeft om deze terugbetaling te doen. Een huurder laten uitzetten kan dan ook een kostelijke bedoening zijn voor een verhuurder.

Soms sneller of langer

De Vrederechter kan de termijn van één maand soms inkorten. Hij kan dat vooreerst doen als je kan bewijzen dat het pand reeds verlaten is. Ook als huurder en verhuurder in der minne een andere termijn overeenkwamen voor de uithuiszetting, kan er van de termijn afgeweken worden. Hetzelfde geldt als er bijzondere omstandigheden kunnen worden aangetoond.

Ook de huurder kan uitzonderlijk vragen om de termijn te verlengen als hij bijzondere omstandigheden kan aantonen. Denk daarbij maar aan het geval dat de huurder of een inwonend familielid ernstig ziek is waardoor een verhuis onmogelijk is. De rechter zou bij zijn beoordeling ook bijvoorbeeld rekening kunnen houden met het feit dat het winter is.

Jan Roodhooft, advocaat (www.ra-advocaten.be)