Moet je een wederbeleggingsvergoeding betalen als je je lening vervroegd terugbetaalt?

21/12/2015

Als je als consument een hypothecair krediet vervroegd terugbetaalt moet je aan de bank meestal een wederbeleggingsvergoeding betalen. Wat is dat en hoeveel bedraagt deze vergoeding?

Als kredietnemer heb je het recht om je lening vervroegd terug te betalen. Je kan dit bijvoorbeeld willen doen omdat je een som geld ter beschikking kreeg (zo bv. door een schenking of erfenis) of omdat je je lening wil herfinancieren (en dit omdat de rentevoet op dat moment heel wat voordeliger is).

De wet laat het je toe

De wetgeving inzake het hypothecair krediet geeft je het recht om je lening vervroegd terug te betalen als je dat wil. Je kan dat deels of volledig doen. De bank kan daar maar een beperkt aantal grenzen aan aanbrengen. Zo is een volledige terugbetaling altijd mogelijk. Ook moet je minstens één maal per jaar een gedeeltelijke vervroegde terugbetaling kunnen uitvoeren. Verder moet je op elk ogenblik gedeeltelijke terugbetalingen kunnen uitvoeren die minstens 10% van het oorspronkelijk geleende kapitaal bedragen.

Bij een terugbetaling kan de bank vragen dat je een wederbeleggingsvergoeding betaalt. Dat is een vergoeding die tot doel heeft het rendementsverlies dat de bank door je terugbetaling lijdt te vergoeden.

Hoeveel moet je betalen?

De wederbeleggingsvergoeding wordt wettelijk beperkt. Ze mag maximaal 3 maanden intrest bedragen op het gedeelte dat je wil terugbetalen.

Kan je het vermijden?

Je kan in de kredietovereenkomst die je met de bank afsluit afspreken dat je bij een vervroegde terugbetaling geen wederbeleggingsvergoeding verschuldigd bent. Mogelijks kan je ook op het moment van de terugbetaling van je bank gedaan krijgen dat ze geen zulke vergoeding van je vraagt. Hoe een ‘betere klant’ je bent van de bank, hoe groter de kans is dat de bank dit wil overwegen.

Tekst: Jan Roodhooft, advocaat (www.ra-advocaten.be)