Recht van terugkeer bij een schenking: wat houdt het in?

1/07/2016

Je schenkt een onroerend goed of een som geld aan één van je kinderen. Wat gebeurt daarmee als je kind uiteindelijk voor jou komt te overlijden? Krijg je dan datgene wat je schonk terug of gaat dit naar de erfgenamen van je kind?

 
 
De ‘normale’ gang van zaken in het leven is dat ouders voor hun kinderen overlijden. Het omgekeerde geval kan zich echter ook voordoen waarbij je kind voor jezelf komt te sterven door bijvoorbeeld een ziekte of ongeval. Wat gebeurt er in dat geval met schenkingen die de ouders deden aan dat kind?
 

Wettelijke terugkeer

 
In de wet wordt rekening gehouden met een eventueel vooroverlijden van diegene die de schenking kreeg. Men noemt dat het principe van de wettelijke terugkeer. Meer bepaald staat in de wet dat als ouders iets schenken aan hun kind en dat overlijdt voor hen (zonder nakomelingen achter te laten), het geschonken goed terug naar de ouders gaat.  Heeft het kind dat de schenking kreeg wel nakomelingen, dan geldt dat principe niet. In dat geval gaat het geschonken goed naar zijn erfgenamen (de kleinkinderen van de schenkers).
 
Het goed moet nog wel in natura aanwezig zijn in de nalatenschap. Indien het geschonken goed verkocht is, krijgen de ouders de prijs die daarvoor nog verschuldigd mocht zijn. Zij erven dan ook de rechtsvordering tot terugneming die de begiftigde mocht hebben.
 

Hoe zit het fiscaal?

 
Wie erft moet in beginsel successierechten betalen op datgene wat hij erft. Tot enkele jaren geleden gold dat ook voor ouders die via de wettelijke terugkeer goederen die zij ooit schonken terugkregen. De ouders moesten dus successierechten betalen op de goederen die zij eerder schonken en terugkregen. 
 
In 2014 werd deze regel afgeschaft en moeten er op de goederen die ‘terugkeren’ geen successierechten meer worden betaald. Hiervoor moeten wel een aantal voorwaarden vervuld zijn. Er moet in de aangifte van de nalatenschap bijvoorbeeld gevraagd worden om de vrijstelling te krijgen.
 

Beding van terugkeer

 
In heel wat schenkingsaktes werd (en wordt) ook nog eens een beding van terugkeer ingelast. Dit laat toe om ook in andere gevallen dan diegene die in de wet staan een terugkeer te realiseren. Zo kan men in een beding van terugkeer bijvoorbeeld afspreken dat het geschonken goed ook terugkeert naar de ouders als het vooroverleden kind dat de schenking kreeg toch kinderen heeft of als de begiftigde bijvoorbeeld het huis wel al verkocht. Ook hier gaan de geschonken goederen (of bij een verkoop de koopprijs die de koper voor het huis betaalde) dan terug naar de schenker zonder dat die er successierechten op moet betalen.
 
In heel wat gevallen werd dat beding van terugkeer overigens ‘optioneel’ gemaakt. Dit liet de ouders toe om na het overlijden van hun kind al dan niet te kiezen voor een terugkeer. Die keuze kon dan bijvoorbeeld beïnvloed worden door de al dan niet goede band die de ouder op dat moment had met zijn kleinkinderen, door fiscale overwegingen enz. Om te vermijden dat iemand vergat een keuze te maken werd bijvoorbeeld wel eens bepaald dat bij gebreke aan keuze binnen een bepaalde termijn na het overlijden, er geen sprake was van een terugkeer.
 

Toch successierechten betalen?

 
Recentelijk gaf de Vlaamse Belastingsdienst (Vlabel) aan dat de optionele terugkeer van een onroerend goed dat gelegen is in Vlaanderen naar de schenker niet meer belastingvrij kan gebeuren. Er moeten volgens Vlabel dan 10% registratierechten worden betaald, zijnde het zelfde bedrag dat je als koper bij een gewone aankoop van een onroerend goed moet betalen.
 
Indien je in de schenkingsakte met betrekking tot een onroerend goed een beding van terugkeer wil inlassen, is het dan ook aangewezen te overwegen dat niet meer optioneel te maken. De notaris op wie je een beroep doet voor zo’n schenking kan je meer informatie en advies hierover geven.
 

Tekst: Jan Roodhooft, advocaat (www.ra-advocaten.be)
 
 
{{NEWSLETTER_BOX}}