Wanneer kan je van je ex een ‘woonstvergoeding’ vragen?

26/03/2015

Als je getrouwd bent en gaat scheiden kan je een woonstvergoeding vragen van je echtgenoot die in het gezamenlijk huis blijft wonen. Wat betekent dat precies?

Als een echtpaar uiteen gaat blijft één van hen meestal – minstens voorlopig – wonen in de woning waarin de echtgenoten samen woonden. Die woning is vaak eigendom van beiden. Zo kan de woning bijvoorbeeld door elk voor de onverdeelde helft aangekocht zijn of in het gemeenschappelijk vermogen vallen.

Het blijven wonen duurt daarbij veelal tot er een definitieve oplossing komt waarbij één van de echtgenoten de woning overneemt of ze wordt verkocht (via een onderhandse of openbare verkoop) aan een derde.

Wie blijft moet betalen

Blijft je echtgenoot tijdelijk wonen in het gezamenlijke huis dan kan je vragen dat hij je een ‘woonstvergoeding’ betaalt. Hij moet je dan de helft van de huurwaarde van de woning vergoeden. De afrekening van wat hij je moet betalen gebeurt in het kader van de vereffening- en verdeling bij de notaris. Als je ex jarenlang in de woning verbleef kan de kostprijs flink oplopen. Betaalde je ex intussen de lening, de onroerende voorheffing en/of de brandverzekering dan wordt dit wel verrekend.

Vanaf wanneer?

De woonstvergoeding is pas verschuldigd van zodra een echtscheidingsprocedure wordt ingeleid bij de familierechtbank. Leef je enkel feitelijk gescheiden maar is er verder niets ondernomen om de echtscheiding ‘in gang te zetten’, dan is je ex je geen woonstvergoeding verschuldigd zelfs al heb jij de echtelijke woonst (al dan niet gedwongen) verlaten.

Het bedrag van de woonstvergoeding wordt vastgelegd door de notaris. Ben je het daar niet mee eens dat heeft de rechtbank het laatste woord. Bij een discussie over de huurwaarde van de woning kan ook een deskundige worden aangesteld om ze te becijferen.



Tekst: Jan Roodhooft, advocaat (www.ra-advocaten.be)