Nieuws – Tweede verblijf kopen: 4 fouten die je niet mag maken

12/06/2017 – Immovlan.be

Overwinteren in Toscane? Of tijdens de weekends uitwaaien aan de Belgische kust? Met de aankoop van een tweede verblijf worden zulke dromen werkelijkheid. Maar wat zijn de valkuilen en hoe vermijd je ze?

 

 

Elke eigenaar van een tweede verblijf heeft zo zijn eigen redenen voor die investering: een passie voor een vakantieoord, een residentiële woning om het pensioen door te brengen of gewoon een belegging in huurvastgoed. Maar er zijn wel heel wat aspecten waarmee je rekening moet houden bij de aankoop van een tweede verblijf. Zeker als je naar het buitenland trekt, kan je je maar beter goed informeren en laten begeleiden...

 

1. Niet zeker zijn van de eigendomstitel

In België is het maar logisch dat een notaris de eigendomsoverdracht in goede banen leidt en vooraf de nodige opzoekingen doet. Dus wanneer u een lap grond of een huis koopt, bent u er ook helemaal zeker van dat u daar de rechtmatige eigenaar van bent. Maar dat is niet in elk land zo vanzelfsprekend. In bijvoorbeeld Turkije, Spanje, Italië en Portugal ben je niet altijd zeker dat een notaris de eigendomsoorsprong grondig nagaat en zorgt hij of zij niet automatisch voor de registratie van de aankoopakte.

 

Regelmatig komen mensen daarmee in de problemen: hun vastgoedaankoop blijkt achteraf bezwaard met allerlei claims en schulden. Maak dus dat je in het buitenland perfect weet of de eigendomstitel helemaal in orde is!

 

2. Niet op de hoogte zijn van de verschillen in fiscaliteit

Eigenlijk moet je je voor elke aankoop – zowel in het buitenland als in België – vijf vragen stellen over de fiscaliteit. Hoe zit het met de inkomstenbelasting? Geldt er een meerwaardebelasting? Is er een vermogenswinstbelasting? Hoe zit het met de aankoopkosten en -rechten? En welke successierechten gelden er?

 

Hou ook rekening met de combinatie van buitenlandse en Belgische regels. Zo kent Portugal bijvoorbeeld geen erfbelasting, waardoor sommige mensen ervan uitgaan dat ze een tweede verblijf in dat land even goed op hun eigen naam kunnen laten staan en dat hun kinderen bij hun overlijden daarvoor geen erfbelasting zullen moeten betalen. Alleen vergeten ze dat die woning in Portugal voor de Belgische fiscus deel zal uitmaken van de nalatenschap, en dat de Belgische fiscus dus wel erfbelasting zal aanrekenen voor de woning.

 

3. Geen rekening houden met vermogensplanning

De aankoop van een tweede verblijf gebeurt meestal op een moment dat mensen stilaan oog hebben voor hun vermogensplanning. Dat heeft ook een impact op de manier waarop een buitenverblijf het best wordt aangekocht. Stel dat ouders volledig op hun eigen naam een tweede verblijf kopen, dan moeten de kinderen bij het overlijden van de ouders erfbelasting betalen voor die woning. Om dat te vermijden, kiezen ouders er vaak voor om het buitenverblijf te schenken aan de kinderen, maar wel met het behoud van het vruchtgebruik. Het buitenverblijf is dan van de kinderen, maar de ouders kunnen er wel blijven wonen of er de huurinkomsten van innen.

 

Een andere mogelijkheid is om de kinderen meteen te betrekken bij de aankoop van het tweede verblijf. Dat kan met een zogenaamde gesplitste aankoop, waarbij de ouders het vruchtgebruik kopen en de kinderen de blote eigendom. De ouders schenken dan vooraf het geld om de blote eigendom te betalen.


4. Niet voor de juiste lening kiezen

Stel dat u de aankoop van een tweede verblijf zelf wenst te financieren, dan moet u waarschijnlijk een deel van uw effectenportefeuille van de hand doen. Nochtans is het met de recente rentestanden goed mogelijk dat je de kostprijs van een lening kan dekken met de potentiële opbrengst die je kan halen uit een beleggingsportefeuille.


Met bijvoorbeeld de DB Investment Loan van Deutsche Bank kunnen cliënten in een financieringsbehoefte voorzien en toch hun beleggingsportefeuille behouden. Dat zit zo: het volledige bedrag dat u leent wordt gedekt door de effectenrekening (en eventueel tegoeden op een geldrekening). De effectenrekening is met andere woorden het onderpand van de lening. De portefeuille wordt geanalyseerd en gewaardeerd naargelang van de kwaliteit, de looptijd, de volatiliteit en het risiconiveau van elke belegging waaruit hij is opgebouwd. De waarde van de portefeuille, het onderpand, komt in aanmerking voor de bepaling van het maximumbedrag dat kan worden geleend.

 
Voor de terugbetaling van de lening zijn er twee formules. Cliënten die kiezen voor een bulletformule kredietovereenkomst betalen enkel de intresten periodiek af, waarna het kapitaal in één keer op de eindvervaldag van de lening wordt terugbetaald. Die formule is mogelijk voor leningen met een looptijd tussen zes maanden en vijf jaar. Bij de klassieke lening (met aflossing van het kapitaal) kiest de cliënt ervoor maandelijks een deel van de intresten en een deel van het kapitaal af te lossen.


Bovenstaande geldt voor leningen met looptijden tussen één en tien jaar. Let wel: zo'n lening is wel alleen toegankelijk voor DB Personal en Private Banking cliënten met een portefeuille van minstens 100.000 euro. Klik hier voor meer informatie...

 

door Joris Bosseloo



Terug naar het nieuwsoverzicht