Nieuws – Fiscaal voordeel voor leningen afgesloten vóór 2005 en voor een tweede woning

2/06/2015 – Immovlan.be

Tot hier toe hebben we voornamelijk de belastingvermindering voor de ‘woonbonus’ besproken. Dit is het belastingvoordeel die u geniet voor een krediet aangegaan voor uw ‘enige en eigen’ woning vanaf 01/01/2005.

De betalingen van uw krediet kunnen echter nog voor twee andere regimes in aanmerking komen, nl. :

  • De belastingvermindering voor het bouwsparen
  • De belastingvermindering voor het lange termijnsparen

Deze twee fiscale voordelen volgen dezelfde logica. Het bouwsparen zal echter een groter fiscaal voordeel opleveren op het vlak van het tarief van de belastingvermindering en op het vlak van het bedrag dat mag worden aangegeven, mits aan bepaalde bijkomende voorwaarden is voldaan.

De kapitaalaflossingen en premies van levensverzekeringen verbonden aan het krediet komen immers in aanmerking voor de belastingvermindering ‘bouwsparen’ indien de hypothecaire lening is aangegaan vóór 2005 en op voorwaarde dat de lening op de dag dat zij is aangegaan betrekking had op de ‘eigen’ woning – wat leningen betreft tot 1992 – of op de ‘enige’ woning – wat leningen betreft vanaf 1993. Betreft de lening een tweede woning, dan zal in beginsel het voordeel voor ‘lange termijnsparen’ van toepassing zijn.

Let wel, de kapitaalaflossingen zullen slechts in aanmerking komen voor een belastingvermindering indien de lening hypothecair is en afgesloten is bij een in de Europese Economische Ruimte (EER) gevestigde instelling voor het verwerven, bouwen of verbouwen van een in de EER gelegen woning met een minimumlooptijd van 10 jaar.

Het aan te geven bedrag dat in aanmerking komt voor belastingvermindering (kapitaalaflossingen en premies), zal afhangen van het netto beroepsinkomen met een wettelijk maximum van 2.280 € (Vlaanderen, Wallonië en Brussel, AJ 2015). Indien men aan de voorwaarden voldoet voor het ‘bouwsparen’ kan de schijf van de lening die in aanmerking komt voor belastingvermindering verhoogd worden en kan men zo een hoger bedrag aangeven (basisbedrag 76.110 €, AJ 2015).

Tenslotte zal het ‘bouwsparen’ een verhoogde belastingvermindering opleveren tegen het marginaal tarief in de personenbelasting, d.w.z. dat de belastingvermindering wordt berekend als volgt:

kapitaalaflossing en/of de premie van de levensverzekering x marginale aanslagvoet (snel 50%) = verhoogde belastingvermindering

Bij het ‘lange termijnsparen’ zal het belastingvoordeel slechts berekend worden tegen een vast tarief van 30%.

Waar moet ik nu de betalingen aangeven met betrekking tot mijn lening aangegaan vóór 2005 ?

Heeft u een lening aangegaan vóór 2005 die u tot aanslagjaar 2014 (inkomsten 2013) aangaf in het ‘bouwsparen’, dan zal u dat mogen blijven doen indien er niets veranderd is.

Let wel, u zal moeten oppassen voor de nieuwe opdeling tussen ‘eigen’ woning en ‘niet-eigen’ woning (zie vorige artikels omtrent het begrip ‘eigen’ woning). De ‘eigen’ woning geniet immers van de gewestelijke belastingvoordelen terwijl de ‘niet-eigen woning’ een federale bevoegdheid is gebleven.

Is de woning waarvoor vóór 2005 werd geleend nog steeds uw ‘eigen’ woning, dan zal u de kapitaalaflossingen en premies moeten aangeven, met toepassing van de nodige beperkingen, in Vak IX, rubriek B (gewestelijke vermindering), respectievelijk punt 4. a) en 5. a). Daar vindt u immers de vertrouwde codes van het ‘bouwsparen’ terug, weliswaar voortaan in de gewestelijke rubriek B.

De interesten kan u ook blijven aangeven in rubriek B, 3, c), code 3146 (gewone belastingvermindering voor interesten, niet bijkomende belastingvermindering voor interesten). Let wel, indien u nog interesten aangeeft m.b.t. een lening ‘eigen’ woning aangegaan vóór 2005, moet het niet-geïndexeerde KI van de woning worden aangegeven in Vak IX, rubriek B, 3. a), code 31/4100 en niet meer in Vak III Inkomsten van onroerende goederen.

Is de woning waarvoor vóór 2005 werd geleend echter niet meer uw ‘eigen’ woning, dan zal u daarentegen de kapitaalaflossingen en premies moeten aangeven, met toepassing van de nodige beperkingen, in Vak IX, rubriek C (federale vermindering). Hier moet wel een onderscheid worden gemaakt naargelang de lening tot 1992 dan wel vanaf 1993 werd afgesloten. Is de lening tot 1992 afgesloten, dan vervult u niet meer de voorwaarde ‘eigen’ woning (zie supra) en valt u terug op de lagere federale belastingvermindering voor het ‘lange termijnsparen’. Werd de lening daarentegen afgesloten vanaf 1993, dan kan u nog steeds genieten van het federale ‘bouwsparen’. De kapitaalaflossingen en premies worden dan aangegeven in Vak IX, rubriek C (federale vermindering), respectievelijk punt 4. a) en 5. a).

De interesten kan u steeds blijven aangeven in Vak IX, rubriek C, 3. b), code 11/2146 (gewone belastingvermindering voor interesten).

Bron: www.mysavings.be

Lees ook:



Terug naar het nieuwsoverzicht